Kennisagenda

Welke zorg moeten we onderzoeken omdat we nog niet weten of deze wel effectief is?

13 onderzoeken

Met welke methode kunnen we het best voorspellen of een zwelling of knobbel in de schildklier kwaadaardig gaat worden

Kennisvraag: De laatste jaren wordt bij steeds meer mensen een zwelling of knobbel aan de schildklier gevonden, waarvan vervolgens wordt vastgesteld of die goed- of kwaadaardig is. Daarbij zijn verschillende medisch specialisten betrokken, die ieder voor diagnose of behandeling medische handelingen verricht. Dat zijn bij elkaar veel handelingen, terwijl er slechts een kleine kans bestaat dat de zwelling of knobbel kwaadaardig is of gaat worden.

Kan bij geel zien van baby’s het bloedprikken tijdens de behandeling (fototherapie) vervangen worden door een huidmeting

Kennisvraag: Geel zien komt voor bij meer dan 80% van de pasgeboren baby’s. Oorzaak is een (te) hoge gehalte aan bilirubine in het bloed. Dat is een afvalstof die de lever van de baby nog niet goed kan verwerken. Meestal is dat niet gevaarlijk. Maar bij ongeveer 4% van de baby’s is dit teveel aan bilirubine te hoog met het risico van neurologische schade. Om dit te voorkomen krijgen deze baby’s lichttherapie. Tegelijk wordt gecontroleerd of de hoeveelheid bilirubine hierdoor inderdaad daalt. Hiervoor bestaan er twee methoden: bloedprikken en huidmeting.

Wat is het effect van niet-behandelen van licht beschadigde plekjes op de huid

Kennisvraag: Huidbeschadiging door de zon komt voor bij 28-49 procent van de Nederlanders boven de 45 jaar. We noemen dit actinische keratose. Deze ruwe schilferige plekjes kunnen leiden tot huidkanker. Om dat te voorkomen zijn er diverse behandelmethoden afhankelijk van de grootte van het plekje en de ernst van de beschadiging van de huid. Die ernst wordt benoemd aan de hand van de Olsen-classificatie: graad I is licht, graad II is matig, en graad III is ernstig. Deze classificatie blijkt goed te voorspellen welke plekjes zich na behandeling tot huidkanker ontwikkelen. Want bij de plekjes met graad I en II bleek dat niet of weinig te gebeuren.

Hoe frequent is het checken door middel van een MRI gewenst bij volwassenen met een hersentumor waarvan zij geen hinder ondervinden, en hoeveel jaar moeten we dit checken blijven doen

Kennisvraag: Heel veel mensen hebben een hersentumor en hun aantal neemt sterk toe. Meestal wordt de tumor bij toeval gevonden bij onderzoek om een andere reden. Meestal zijn er dan geen klachten en is er geen noodzaak om te behandelen. Wel wil men in de gaten houden of de tumor verandert of groter wordt. Door deze regelmatige controle wordt de persoon in kwestie, die dus nergens last van heeft, tot patiënt gemaakt met ongemak, onzekerheid en soms angst tot gevolg. Bovendien kosten deze controles geld. Een 40-jarige, bij wie per toeval een hersentumor wordt gevonden, krijgt volgens de huidige richtlijn 15 MRI’s met ook iedere keer contrastmiddel. Zo neemt het aantal controles almaar toe, terwijl het aantal behandelingen van hersentumoren al jaren gelijk blijft.

Gaat men met een protocol eerder switchen van gecontroleerde naar geassisteerde beademing bij volwassen patiënten die nu langer dan 48 uur kunstmatig beademd worden, zodat kunstmatige beademing gemiddeld een kortere duur heeft

Kennisvraag: Kunstmatige beademing is levensreddend bij acuut longfalen, bijvoorbeeld door een longontsteking, sepsis of trauma. Maar beademing heeft op de korte en langere termijn ook nadelen, zoals het ontwikkelen van (adem)-spierzwakte, het snel achteruitgaan van je conditie, angststoornissen (PTSS) en delier (ernstige verwardheid). Het is dus zaak de duur van de beademing zo kort mogelijk te houden. Ook om minder intensive care bedden nodig te hebben.

Voor welke patiënten is opname op de intensive care van toegevoegde waarde

Kennisvraag: Niet altijd is goed te voorspellen hoe een ziekteproces gaat verlopen. Daardoor kan het onduidelijk zijn of een volwassen ernstig zieke patiënt baat heeft bij een IC-opname. Maar: bij niet opnemen op de IC bestaat het risico van onderbehandeling aangezien patiënten mogelijk wel baat hebben bij een beperkte IC-behandeling. Daarentegen betekent kiezen voor opname een risico van overbehandeling. Patiënten krijgen dan een langdurige IC-behandeling, ondanks een kleine overlevingskans of een slechte verwachte kwaliteit van leven. Onderbehandeling leidt tot sterfte die vermijdbaar was geweest. Overbehandeling leidt tot onnodig lijden van patiënten en naasten, morele stress bij zorgverleners en hoge kosten, zonder vooruitgang op patiëntuitkomsten.

Hoe scoort robotchirurgie wat betreft gezondheidswinst en zorgkosten in vergelijking met gangbare chirurgie bij open- en kijkoperaties aan maag, lever, dikke darm en bij buikwandoperaties.

Kennisvraag: Robotchirurgie wordt in steeds meer Nederlandse ziekenhuizen toegepast. Momenteel staan er ruim 50 operatierobots in Nederland en worden hiermee jaarlijks circa 12.000 operaties gedaan, waarvan ruim 825 operaties aan de maag, lever en dikke darm. Ook worden er per jaar honderden buikwandoperaties met de robot uitgevoerd.

Hoe scoort robotchirurgie wat betreft gezondheidswinst en zorgkosten in vergelijking met gangbare chirurgie bij open- en kijkoperaties aan maag, lever, dikke darm en bij buikwandoperaties.

Kennisvraag: Robotchirurgie wordt in steeds meer Nederlandse ziekenhuizen toegepast. Momenteel staan er ruim 50 operatierobots in Nederland en worden hiermee jaarlijks circa 12.000 operaties gedaan, waarvan ruim 825 operaties aan de maag, lever en dikke darm. Ook worden er per jaar honderden buikwandoperaties met de robot uitgevoerd.

Doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen bij patiënten met spondyloartritis

Kennisvraag: Voor patiënten met spondyloartritis - reumatische ziekten die ontstekingen veroorzaken in het bekken en de wervelkolom – werkt hun eerste biological niet altijd goed genoeg. Is het (kosten)effectiever om over te stappen op een vergelijkbaar, goedkoper geneesmiddel dat al langer op de markt is, dan om te kiezen voor een nieuwer en duurder geneesmiddel met een ander werkingsmechanisme?