Achtergrond
Jaarlijks ontwikkelen naar schatting 60.000 mensen in Nederland met perifere neuropathie een plantair voetulcus (wond aan de voetzool). Richtlijnen schrijven als eerste keuze een kniehoge gipsimmobilisatie of loopbrace voor, maar in de praktijk wijken zorgverleners hier vaak van af omdat deze hulpmiddelen de kwaliteit van leven beperken. Dit leidt tot ongewenste variatie in de zorg en onduidelijkheid voor de patiënt. Er is geen vaste aanpak beschikbaar die ook de overgang naar permanent orthopedisch schoeisel na genezing meeneemt, de fase waarin de meeste recidieven ontstaan.
Onderzoek
In de SHOE-OFF-studie wordt een geprotocolleerd hulpmiddelentraject (het SHOE-OFF-protocol) vergeleken met de huidige standaardzorg. De studie is cluster gerandomiseerd en wordt uitgevoerd in 17 ziekenhuizen. Er zijn 640 deelnemende patiënten nodig.
Resultaat
De studie moet aantonen of het SHOE-OFF-protocol leidt tot een betere kwaliteit van leven, gelijkwaardige of betere wondgenezing en minder recidieven. Ook fysieke activiteit, amputaties en kosteneffectiviteit worden gemeten.
Kennisagenda
Dit onderzoek sluit aan op de kennisagenda van de Vereniging voor Revalidatieartsen en de kennisagenda Orthopedische Schoentechniek.