Laatst bijgewerkt: 3 juli 2026

Zie af van het starten van zuurstof in de stervensfase

Huidige fase: Implementeren → Nog te implementeren

  1. Agenderen
  2. Evalueren
  3. Implementeren

Deze aanbeveling komt uit de richtlijn palliatieve zorg en hangt samen met andere aanbevelingen in deze richtlijn. In de weinige studies die er zijn in de palliatieve fase, maar niet in de stervensfase, bleek zuurstof niet effectiever dan kamerlucht voor het verminderen van dyspneu [Abernathy 2010, Booth 2004, Campbell 2013, Uronis 2008]. 

Booth et al. deden een literatuur survey naar het effect van zuurstof op dyspneu bij patiënten met kanker, hartfalen en COPD [Booth 2004]. Zij concludeerden dat een selecte groep van patiënten met kanker of COPD mogelijk baat kan hebben bij zuurstoftoediening en dat er geen gegevens waren over patiënten met hartfalen. Uronis et al. vonden in een systematisch review vijf studies onder patiënten met kanker waarin gekeken werd naar het effect op de vermindering van dyspneu van zuurstoftoediening vergeleken met kamerlucht of helium en betrokken de resultaten van 134 patiënten uit vier van de vijf studies in een meta-analyse [Uronis 2008]. Zij concludeerden dat zuurstof geen effect heeft op dyspneu bij patiënten met kanker zonder of met milde hypoxie. Abernethy et al. voerden een dubbelblind gerandomiseerde studie uit onder 239 patiënten met dyspneu bij met name COPD of gevorderde kanker en een levensverwachting van minimaal 1 maand. Zij vonden geen verschil in dyspneu met of zonder zuurstof [Abernethy 2010]. Campbell et al. lieten 31 patiënten met verschillende levensbedreigende ziekten en met een zeer korte levensverwachting hun eigen controle zijn door hen dubbelblind achtereenvolgens zuurstof en kamerlucht toe te dienen [Campbell 2013]. Ook zij vonden geen verschil in dyspneu met of zonder zuurstof. Al is alleen bij de studie van Campbell et al. mogelijk sprake van de stervensfase of dicht daartegenaan, het is niet de verwachting dat de bevindingen van de andere studies niet ook zouden gelden voor patiënten in de stervensfase.

Toediening van zuurstof in de stervensfase heeft ook belangrijke bezwaren [Booth 2004, Quinn-Lee 2012]: irritatie van de neus of neusbloeding door de neusbril; geluidsoverlast; rookverbod; mogelijke ademdepressie bij patiënten met ernstige COPD en hypercapnie, al is dit een waarschijnlijk te aanvaarden risico in de stervensfase.

Voortgang

Verwachte doorlooptijd
-

Referenties