Achtergrond
Patiënten met een glioblastoom ondergaan na de operatie chemoradiatie. Tijdens de follow-up laten MRI-scans soms afwijkingen zien waarbij onduidelijk is of het gaat om echte tumorgroei of om schade door de behandeling zelf — zogeheten pseudoprogressie. Dit onderscheid is cruciaal: een verkeerde inschatting leidt tot onnodige behandelingen, soms zelfs onnodige operaties, of juist tot uitstel van de juiste behandeling. De FET PET-scan blijkt goed in staat dit onderscheid te maken, maar wordt door hoge kosten, logistiek en onzekerheid over de klinische meerwaarde nog weinig ingezet.
Onderzoek
In de FET POPPING-studie vergelijken we vroege diagnostiek met een FET PET-scan met de standaardzorg, waarbij alleen MRI wordt gebruikt. Door loting worden 144 patiënten toegewezen aan een van beide strategieën. De studie wordt uitgevoerd in 8 ziekenhuizen, waaronder meerdere UMC's.
Resultaat
De studie moet aantonen of de vroege inzet van de FET PET-scan leidt tot minder onnodige behandelingen en een betere kwaliteit van leven. Ook de kosteneffectiviteit wordt in kaart gebracht.
Kennisagenda
Deze zorgevaluatie sluit niet aan op een bestaande kennisagenda.